De onhoudbare honger naar (wal)vis in Japan
Hoe zit het met visconsumptie en duurzaamheid in Japan?6 min read

We werden met een warm welkom ontvangen toen we onze gastvrouw, Toshimi-san, ontmoetten op het treinstation. “Wat eten jullie graag? Ik ga jullie hier een paar plekken laten zien”, vertelde ze ons.

“Wat raad je aan?”, vroegen we terwijl we naar voren leunden om naar haar te luisteren, enthousiast om aan onze reis in de havenstad van Wakayama in Japan te beginnen.

“Houd je van sashimi? Het lekkerste gerecht hier is maguro sashimi.” Ze keek ons aan met pretogen. Plakjes rauwe tonijn… ik knikte zwijgend, bijna alsof ik het daadwerkelijk overwoog. Mijn hart zonk.

Eerlijk gezegd houd ik niet zo van sashimi, vis of zeevruchten. Ze zeggen dat sashimi een ‘acquired taste’ is en dat elke keer dat je de plakjes proeft, ze steeds beter zullen smaken. Daar kan ik me niet in vinden. Ik ben de tel kwijt van het aantal keren dat ik me verplicht voelde om de vis naar binnen te werken. Ik wilde op dat soort momenten geen eten verspillen.

“Je bent in Japan. Wat zonde dat je niet van sashimi of zeevruchten houdt!” is iets wat ik vaak heb gehoord. Ik geloof heus wel dat het een verworven smaak is, maar het is er eentje die ik waarschijnlijk nooit zal verwerven. En misschien is dat juist een zegen.

Dead tuna at Wakayama market in Japan, tagged to their owners
Dode tonijn, gelabeld met de naam van hun eigenaar

De volgende ochtend

De volgende ochtend werd ons bezoek aan de tonijnveilingen op de havenmarkt in Wakayama een buitengewoon bloederige en eye-opening ervaring.

We zagen hoe de honderden tonijn die op de vloer lagen werden gekoeld en gehydrateerd met water dat uit de slangen stroomde. Ik zag de veilingmeesters, verkopers en kopers rondlopen met hun rubberen laarzen. Ze moeten zo vertrouwd zijn met dit hele proces – het beoordelen van de tonijn om hun waarde te meten, voordat ze een biedprijs bepalen.

Het was een hectische taak om ’s ochtends de tonijnen te labelen met hun geveilde prijzen, ze in stukjes te hakken, in houten kratten te verpakken, ze in de vrachtwagens te laden en ze vervolgens naar de respectieve restauranteigenaren en hotelketens te sturen. Ik voelde mijn lichaam langzaam verstijven terwijl ik alles observeerde.

De vragen raasden door mijn hoofd. Is dit soort visvangst een alledaags tafereel? Hoe lang duurt het om al deze tonijn te vangen? Hoeveel verdienen de vissers per vangst? Wat was de hoogste biedprijs tijdens de veiling? Wat hebben ze behalve de tonijn nog meer gevangen? Nog belangrijker: worden de vissen om een duurzame manier gevangen? Is overbevissing een risico in Japan?

Te veel liefhebbers, te weinig vis

Zoals je misschien al weet, staat Japan bekend om zijn verse vangsten, tonijnveilingen en vismarkten vol leven uit de oceaan. Er is echter één groot probleem. Het wereldwijde aanbod neemt af, terwijl de consumentenvraag onevenredig toeneemt.

Ik herinner me nog goed dat ik dit zelf heb ervaren tijdens oshogatsu (Nieuwjaar), toen ik Tokio met mijn familie bezocht. Mijn ouders houden van zeevruchten, maar ze bewaren ze altijd voor speciale gelegenheden of wanneer ze zin hebben om zichzelf te verwennen. Voor hen zijn zeevruchten een traktatie.

Het was tijdens de lunch toen het restaurantpersoneel ons liet weten dat ze geen garnalen meer hadden, kort nadat ze onze bestellingen hadden opgenomen. Ik vermoedde dat de toenemende vraag naar garnalen tijdens de feestdagen een piek had veroorzaakt. Veel gezinnen eten dan osechi ryori: traditionele nieuwjaarsgerechten om het begin van het nieuwe jaar te vieren. Met die groeiende vraag naar zeevruchten was er niet genoeg aanbod.

Japan staat bekend om zijn vismarkten vol leven uit de oceaan. Er is echter één groot probleem: een groeiende eetlust. Het wereldwijde aanbod neemt af, terwijl de vraag van consumenten toeneemt.

Was de vraag- en aanbodeconomie maar zo eenvoudig. Het verhogen van de prijzen gaat de vraag niet noodzakelijkerwijs afremmen, vooral wanneer steeds meer mensen welvarender worden en een ‘high-society’ levensstijl ambiëren. Meer en meer hebben nu de luxe om voor duurdere producten uit de oceaan te kiezen.

Bovendien hebben de vruchten van de oceaan altijd al onze zintuigen geprikkeld, met dat verleidelijke en exotische scala aan smaken en texturen. Wanneer we geconfronteerd worden met iets nieuws, zoals uni (zee-egel), is het moeilijk om nee te zeggen. We willen onze smaakpapillen een nieuwe, onbekende smaak laten beleven.

Het gastronomische dilemma

Voor avontuurlijke gastronomen is Tokio zonder twijfel een culinair paradijs. Er zijn tal van restaurants met Michelin-sterren die sushi en sashimi serveren. Zelf heb ik ook zo’n vriend. Het hoogtepunt van zijn reis naar Tokio was de overvloed aan verrukkelijke gerechten. Goed eten, zei hij, was waar hij echt naar uitkeek in Japan. Hij hield van omakase maaltijden in Tokio, waar hij het aan de chef overliet om te beslissen wat hij ging eten.

Morning tuna auction proceedings in Wakayama, Japan
Tonijnveiling in de ochtend

“Ik ben dol op vis, maar in Singapore kan ik dat echt niet elke dag eten”, legde hij uit. “Als de Japanners dezelfde prijzen hadden voor zeevruchten, zouden meer mensen twee keer nadenken over hun keuzes. Tegelijkertijd ben ik ook gevoelig voor dat gastronomische dilemma. Ik weet dat er weinig duurzame opties zijn, maar toch kan ik de gerechten niet aan me voorbij laten gaan. Zo voel ik me altijd als ik in Japan ben”, ging hij verder.

De vis- en zeevruchtenmarkt van Singapore is ietsje anders. Die markt wordt juist sterk gedomineerd door importen, wat op zijn beurt de prijzen van zeevruchten beïnvloedt. Japan daarentegen heeft een concurrentievoordeel wat betreft de kosten en de kwaliteit van zeevruchten. Hier is een lokale, lucratieve visindustrie die de continue cyclus van het oogsten van vis en aquacultuur stimuleert en ondersteunt.

Rond de havenstad

Binnen een uur was de markt in Wakayama weer leeg. Ik wandelde langs de kant van de haven waar de vissersboten waren aangemeerd. Een visser was bezig met het schoonmaken en repareren van het gereedschap aan boord voor de volgende reis naar zee. Ik zag een andere de touwnetten afwassen voordat hij ze terug laadde. Anderen waren toe aan hun middagpauze.

Ik bleef rondlopen en stuitte op kujira (walvis) en maguro (tonijn), geadverteerd op winkelpuien en menuborden voor restaurants. Alarmbellen gingen af in mijn hoofd. Hoe is het mogelijk dat er walvisvlees in deze vriezers zit? Zou het kunnen dat de commerciële walvisvangst is hervat? Wanneer is het piekwalvisseizoen?

Toen herinnerde ik me: de walvisjacht in Japan is al jarenlang een zeer omstreden kwestie die internationale aandacht en activisme heeft aangewakkerd.

Walviscultuur

Ik kan me niet voorstellen hoe de toekomst er uit zal zien. Japan heeft onlangs zijn commerciële walvisvangst hervat nadat het zich had teruggetrokken uit de International Whaling Commission. Japan wil de oude walviscultuur nieuw leven in te blazen, in de hoop deze traditie na 31 jaar weer te omarmen. Zelf ben ik minder enthousiast en zelfs verdrietig over deze beslissing. Maar wat kan ik doen?

Japan is een land dat doordrenkt is van culturele tradities. Hoe vinden we een evenwicht tussen het beschermen van gastronomisch erfgoed én het respecteren van de natuurlijke omgeving?

Voor een land dat doordrenkt is van zijn culturele tradities, kan het soms moeilijk zijn om dit standpunt te begrijpen. Tegelijkertijd is het een wetenschappelijk feit dat tradities het milieu ernstig kunnen belasten. Ik hoop een delicaat evenwicht kunnen vinden tussen het in stand houden van tradities én het respecteren van de natuurlijke omgeving. Er is ook een gezamenlijke discussie nodig om een gevoel van milieubewustzijn op te bouwen en daadwerkelijk iets te doen aan het probleem.

Prijselastische eetlust

Ik was nieuwsgierig en wilde de houding van mijn vriend beter te begrijpen, dus ging ik verder. “Dus, als zeevruchten in Singapore dezelfde prijs hadden als in Japan, zou je het dan elke dag eten?”

“Natuurlijk”, antwoordde hij. “Ik kan er niets aan doen, het is vriendelijker voor mijn portemonnee.” Vervolgens voegde hij eraan toe, alsof hij mijn groeiende bezorgdheid voelde: “… als het duurzaam is.”

Vanuit een praktisch en economischeperspectief van een visliefhebber, beweerde hij schertsend, is de vraag naar vis prijselastisch. Dat betekent dat wanneer de prijs van zeevruchten daalt, het consumptieniveau zal stijgen, afhankelijk van de mate van reductie.

“Ik ben trots om te zeggen dat ik sinds 2010 haaienvrij ben”, voegde hij eraan toe.

Ons gesprek ging verder over de kwestie van duurzaamheid. Hij hield vol dat hij de consumptie van haaienvin, walvissen en blauwvintonijn nooit zal ondersteunen vanwege hun bedreigde status. Toen begon ik dieper na te denken over de kwestie vis, zeevruchten en duurzaamheid. Ik begon me af te vragen hoe duurzaam onze eetgewoonten écht zijn voor de aarde en de oceanen, en voor de toekomstige generaties.

Ik ben me ervan bewust dat er zo weinig wat we kunnen doen als individuen als het gaat om wetten en beleid. Wel kunnen we aandacht vragen voor het milieu. Hoogstwaarschijnlijk gaat dat een lange en zware strijd worden, bijna eindeloos.

Maar ik wil het nog steeds proberen, stap voor stap, maaltijd voor maaltijd, in de hoop op een duurzamere aarde en haar oceanen.

Like

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.